startpagina ringenservice

U moet inloggen om ringen te kunnen bestellen.

Iedere bestelling wordt zo spoedig mogelijk verwerkt en toegezonden.

Het heeft geen nut dat u dit apart vermeld, er wordt niets mee gedaan!

.

U kunt nu geen aluminium ringen voor 2017 bestellen. Dit in verband met de levertijd.

Voor noodgevallen moet u contact opnemen.

Vanaf juli is het mogelijk om alle ringtypen voor kweekjaar 2018 te bestellen. De 2018 ringen worden vanaf oktober geleverd.

U kunt hier inloggen of registreren als ringenbesteller



Informatie rondom ringen bestellen

Het Besluit ‘houders van dieren’ is de opvolger van het vroegere Honden- en Kattenbesluit 1999 (HKB), Waar voorheen uitsluitend regels werden opgelegd aan houders van honden en katten, gelden die in dit nieuwe besluit voor alle dierhouders en alle diersoorten. Dat betekent dat iedere dierhouder zal moeten nagaan of hij met zijn hobby-activiteiten niet toch als ‘bedrijfsmatig’ kunnen worden aangemerkt.
De regels
Om te beoordelen of een dierhouder zijn dieren hobbymatig of bedrijfsmatig houdt, voert het Ministerie, in het kader van het Besluit houders van dieren, een aantal criteria/indicatoren op. Centraal staat ‘het in zekere omvang en met een zekere regelmaat uitoefenen van activiteiten’ met daarbij:
1. U fokt niet om de dieren zelf te houden als huisdier en ook niet voor uw familie en vrienden.
2. U verkoopt of levert de dieren aan anderen dan familie en vrienden.
3. U vangt de dieren op tegen een vergoeding en u plaatst hiervoor advertenties.
4. U heeft ruimtes speciaal ingericht voor de opvang, handel of fokken van de dieren.
5. U bent geregistreerd bij de Kamer van koophandel of u heeft een BTW-nummer.
6. U adverteert.
7. U oefent de activiteiten uit om winst te maken.
Voor wie honden of katten fokt is een drempel ingebouwd van 20 pups en/of kittens per aaneensluitende periode van twaalf maanden. Wie daarboven komt, wordt als bedrijfsmatig bestempeld, wie in de buurt van dat aantal komt, kan alsnog aan de hand van de hierboven genoemde criteria worden beoordeeld. Voor wie zowel pups als kittens fokt, geldt het totaal van beide als criterium.
Dierhouders vogelvrij
Het criterium ‘regelmaat’ geldt voor nagenoeg elke fokker/kweker.Waar het honden en katten betreft, kan er sprake zijn van onregelmatigheid en kortere of langere intervallen, voor de meeste van de overige soorten geldt dat er elk jaar opnieuw nakomelingschap moet komen om de hobby in stand te kunnen houden. De ‘omvang’ is ook weinig zinvol als criterium, er blijken voor vrijwel elke diersoort grotere fokkers/kwekers te zijn die hun passie zonder winst of winstoogmerk beleven. Bovendien, omvang van wat? Onderkomens? Fokdieren? Bestede uren? Aanwas? Hier kan hooguit sprake zijn van omvang van de winstmarges.
Aan de hand van de genoemde zeven punten is het duidelijk dat vrijwel elke fokker en kweker van gezelschapsdieren met deze criteria als ‘bedrijfsmatig’ kan worden bestempeld. Veel fokkers en kwekers beschikken over een ruimte die speciaal ingericht is voor hun dieren, elke fokker of kweker zal wegens een tekort aan familie en vrienden noodgedwongen moeten adverteren om zijn aanwas af te zetten. De overheid laat weten dat de dierhouder, bij verdenking van bedrijfsmatigheid, zelf maar aannemelijk moet maken dat hij hobbymatig bezig is, dat er geen sprake is van bedrijfsmatigheid.
Er is één verweer dat voor elke dierhouder geldt, houd een (eenvoudige) administratie bij zodat heel snel duidelijk kan worden gemaakt wat de kosten van de hobby zijn en dat de marges (de winsten) op geen enkele wijze de verdenking van bedrijfsmatigheid rechtvaardigen. En dan nog steeds kan de handhaver van mening blijven dat de dierhouder bedrijfsmatig bezig is en zal uiteindelijk de rechter een oordeel moeten geven.
Opvang van bijzondere dieren
Een categorie dierhouders die ook in de knel kan komen met bovenstaande regels zijn de specialisten die soorten opvangen waarover in de reguliere opvangcentra en asielen de kennis ontbreekt. Die opvang wordt op de eerste plaats aangeboden om te voorkomen dat dieren worden gedumpt en verpieteren. In een aantal gevallen wordt daarvoor een kleine vergoeding gevraagd, meestal kost deze opvang alleen maar geld voor degene die dit op zich neemt.
Dat laatste neemt niet weg dat de handhaver kan oordelen dat er sprake is van bedrijfsmatigheid. Het gaat om een deskundige houder die zijn (speciaal ingerichte) dierruimten prima in orde heeft, om de opvangmogelijkheid bekendheid te geven heeft hij geadverteerd, er worden vergoedingen gevraagd en de overtollige dieren worden zo goed mogelijk (ook buiten de familie- en vriendenkring) ondergebracht.
Hoe dan wel?
De behoefte om onderscheid te maken tussen hobbymatig en bedrijfsmatig komt voort uit de wens de dierbelangen veilig te stellen, daar waar de economische belangen mogelijk een te grote invloed op de houderij zouden kunnen krijgen. Daarmee staat het winstoogmerk centraal.
Het ligt voor de hand, dat wie zijn dierhouderij aanmeldt bij de Kamer van Koophandel en over een BTWnummer beschikt, de intentie heeft bedrijfsmatig bezig te zijn. Verder kan het ook blijken of lijken dat de houder met regelmaat aanzienlijke winsten behaalt. Bij bedrijfsmatigheid geldt dat het ‘oogmerk’ het maken van winst is. Dat betekent dat een jaar met ‘een meevallertje’ tussen vele jaren van schaarste niet onmiddellijk de status van bedrijfsmatig oplevert. Op grond van de jurisprudentie inzake ‘bedrijfsmatig handelen’ is hiervan slechts sprake wanneer er stelselmatig winst wordt bereikt doordat de inzet van kapitaal en arbeid lager zijn dan de inkomsten die daarmee worden gegenereerd.
Indien de formulering zodanig wordt herzien dat enerzijds de bepalende criteria, en anderzijds de mogelijke indicaties daarbij, gescheiden worden aangeduid, dan leidt dat voor zowel de houder als de handhaver tot eenduidiger beeld:
Wanneer bent u bedrijfsmatig bezig?
U bent geregistreerd bij de Kamer van Koophandel of u heeft een BTW-nummer, danwel U oefent de activiteiten uit om winst te maken.
Bij het vermoeden dat een houder zijn activiteiten met een winstoogmerk uitvoert, wordt, behalve naar het financiële aspect, ook gekeken naar de overige omstandigheden in en rond zijn dierhouderij. Daarbij is met name het advertentie- en verkoopbeleid van belang en kan ook de inrichting van de ruimten waar dieren worden gehouden aanwijzingen verschaffen.
De criteria (behalve 5. en 7.) in de lijst van indicaties zijn van dien aard en/of dusdanig geformuleerd, dat ze gelden voor vrijwel elke fokker/kweker en voor elke dierhouder die regelmatig afstandsdieren opvangt. Ze bieden alle ruimte voor onduidelijkheid en willekeur.
Tonnie Woeltjes, 15 september 2015
Projectgroep Bedrijfsmatigheid PVH.
www.huisdieren.nu